Pagina afbeelding

Het lijf als dader

Ik heb een missie. En dat vertel ik mijn cliënten met regelmaat. Ik hoop een bijdrage te leveren aan het bezitten en plezierig mogen ervaren van het lichaam door de rechtmatige eigenaar.

Dat klinkt bijzonder vreemd, dat snap ik, meestal is het lijf van degene die het heeft.

Toch is dat bij trauma-overlevers veelal niet het het geval. Vele cliënten geven aan: 1. hun lijf niet te vertrouwen, 2. het niet te willen waarnemen of te voelen, 3. er een hekel aan te hebben, of, 4. het zelfs regelrecht te haten.

Deze reacties komen niet zomaar tot stand. Ze hebben te maken met de ervaren onmacht tijdens het moment van de traumatische ervaring. Sterker, vaak is het lijf iets aangedaan (denk aan mishandeling of seksueel misbruik) waarop het heeft moeten reageren met defensies als ‘bevriezing’ (freeze) of ‘uitleveren’ (submit). Hoewel men benoemde situaties vaak met vechten en vluchten associeert, is het lijf wijzer en zorgt het ervoor dat het minder schade oploopt door juist immobiliserende defensies in te zetten.

Als er iets is waardoor gevoelde onmacht in het systeem komt, is het dat. Niet kunnen, vanwege bijvoorbeeld kracht-, afhankelijkheid- en/of machtsverschil, en dan deze afschuwelijke, traumatiserende ervaring moeten verdragen.

De keuze van het lijf, op een zeer wijs en basaal niveau, is om je zo min mogelijk schade te laten toebrengen. In de omgeving is hierover regelmatig weinig kennis van zaken. Verkrachting (of seksueel geweld in het algemeen) wordt dan ook snel gezien als iets waartegen je je had moeten verzetten.

Geloof me, als ik één mythe moet ontzenuwen, is het die: ‘ik had iets moeten doen’, ‘ik had me meer moeten verzetten’, en zinnen van vergelijkbaar kaliber. En dan zie ik het diepe verdriet van de mensen die niet meer vertrouwen op hun lijf, zich verraden voelen door eventuele prettige sensaties en die dat lijf vervolgens – waar ze kunnen – afsluiten en negeren. Of actief pijn doen wanneer ze worden getriggerd.

En het verdrietige is, het lijf heeft alle klappen opgevangen. Terwijl het vaak als dader wordt weggezet en soms zelf gehaat.

Daarom is mijn missie om samen met de cliënt via een lichaamsgerichte aanpak (vanuit de sensorimotor psychotherapy), het lijf bij de eigenaar te brengen. Ik zeg bewust niet ‘weer’ of ‘opnieuw’ – zoals ik geneigd ben te doen – omdat ik te veel mensen heb gezien die hun lijf nooit hebben mogen ervaren, voor en van zichzelf hebben mogen maken, en seksueel hebben mogen toe-eigenen.

Het lijf verdient om gevierd te worden. Juist door die prachtige eigenaar.

Reeds een poosje geleden werd ik geattendeerd op een uitzending met Adelheid Roosen (Een andere kijk met Adelheid Roosen). Daarin zegt ze vele mooie dingen. Er was echter één zin die me dieper raakte en waar ik mijn aandacht nu op richt: “Jezelf ontdekken in plaats van fabriceren”. Bij die zin werd het stil in mij. En vervolgens toeterden er gedachten door me heen als taxi’s in New York.

Jezelf ontdekken.

Niet meer verhullen. De toedekens van het verstopdekken er af. Spannend – je hebt ze immers niet voor niets opgebouwd – en bevrijdend – je hebt ze immers in je volwassen leven niet meer nodig.

Adelheid huldigt het motto “ik ben er omdat jij er bent”. En in dat contact lijkt het geheim van de ontdekking te zitten. Wat maakt dat ik bij jou dit ervaar? En waarom nu vooral niet of wel?

De ongetemde mens, ontwapend. De spontaniteit werkelijk weer aanwezig waar die zo thuisnestelt. Misschien is werkelijk contact alleen maar mogelijk als alle defensies overboord mogen. Als geraakt worden alleen maar te maken heeft met wat er in het hier & nu gebeurt. Wanneer het niet pulkt aan oude wonden waar de hechtdraden nooit uitgehaald zijn.

In plaats daarvan ‘fabriceren we onszelf’. Verdomme ik wou dat het niet zo ontluisterend was maar alles in mij zegt dat het klopt. Op ontdekkingsreis in onze boeken, wat voor type je bent, hoe het komt dat je doet wat je doet. Op papier. In de training van het werk.

Maar wat nu als er ogen in de jouwe kunnen kijken om te zeggen wat ze van jou zien? Adelheid, je hebt gelijk. Laten we de bibberende moed vatten – want zo ontwend in werkelijk contact – en de dekens openslaan van onze ziel. De ontmoeting wacht.

Porges (2011)

Wederom in het boek “The Poly-vagal Theory” van Stephen Porges (2011) lezend, voel ik mij hernieuwd enthousiast over zijn gedachtengoed en ongelooflijk scherpe praktijkonderzoeken waar hij verwerping of bevestiging van zijn ideeën zoekt.

Nu weet ik dat ik in dit blog zijn innovatieve wijze van kijken tegen de fysiologische achtergrond van menselijk gedrag zeker te kort ga doen. En dat besef zou vervolgens tot een moment van blokkade of selectieve wijsheid kunnen leiden om per direct te stoppen… Toch doe ik dat niet.

Ik filter een klein stukje uit zijn boek, omdat het me razend enthousiast maakte over de verstrekkende gevolgen.

Defensies vanuit evolutionair perspectief

In zijn boek vertelt hij hoe we ons evolutionair hebben ontwikkeld. Met zich opstapelende mechanismen om het vege lijf in de wereld te redden; defensies zogezegd. Hiërarchisch oud zijn de defensies die leiden tot bevriezen of gefingeerde dood. Heel helpend voor reptielen, soms zeer schadelijk (tot dodelijk) voor zoogdieren zoals wij. Vechten en vluchten zijn minder oude systemen die in de prenatale ontwikkeling aan bod komen en zich juist hebben ontwikkeld voor zoogdieren. Als laatste komt de sociale defensie tot stand als (contact maken, hulp roepen): het zogenaamde ‘social engagement system’. Deze defensie is het minst deregulerend.

Jongste systeem: social engagement system

Dit laatste systeem ontwikkelt zich in een latere prenatale fase en sterker, tijdens de eerste maanden na de geboorte gaat die ontwikkeling nog door. En daar heeft het een goed en veilig zorgsysteem voor nodig. Kinderen die dat niet krijgen, hebben zichtbaar onderontwikkelde breinstructuren.

Nu heeft hij veel babyonderzoek gedaan, om diverse redenen. Wat ik nu aanhaal heeft te maken met het voorspellen van eventuele gedragsproblemen gedurende de ontwikkeling.

Aankomen in lijf & leren reguleren

Baby’s hebben allereerst de taak in hun lijf aan te komen, hun interne processen te leren herkennen en zich vervolgens te kunnen richten op de buitenwereld zonder van slag te raken. De ‘social engagement system’ dient daar mede toe.

Dus: regulatie van de binnenwereld, zo blijkt, is noodzaak. Zowel in het licht van interne processen, als in de wereld waarin van buitenaf prikkels op je af komen. Porges heeft daar een mooie parameter voor gevonden: allereerst de vagale tonus (als onderdeel van het autonome zenuwstelsel => hogere tonus => meer rem op het actieve deel [sympaticus] => betere stressfysiologische conditie). Daarnaast heeft hij naar de veerkracht daarvan gekeken (in welke mate kan deze ‘vagale rem’ worden losgelaten en komt het systeem vervolgens weer tot de baseline?).

Risico voorspellen 

Wat heeft hij gevonden? Alle lijsten (waaronder de CBCL – child behaviour check list) die iets aangeven over potentieel risico op gedragsproblemen, zijn niet voorspellend. De parameter of een klein moppie kan reguleren, wel. Namelijk: de ‘vagale rem’ minder goed loslaten (wat is benodigd om je met aandacht te kunnen richten op de buitenwereld) en flexibel kunnen terugveren, zijn voorspellers van gedragsproblemen.

Los van aangeboren kwetsbaarheid op dit vlak, zijn het de ouders/verzorgers die de kleine dit kunnen leren. Via contact, verbinding, troost, geruststellen, aandacht en liefde. Hulde aan de ouders die die belangrijke taak op hun schouders nemen!