Pagina afbeelding

Tegenoverdracht? Overdracht bedoel je…

Het instrument

De psychoanalytici gaan ervan uit dat overdracht en tegenoverdracht een onmisbaar instrument is om een cliënt in haar/zijn proces te helpen. Er is behoorlijk wat over geschreven en het boek van Robert Oelsner, mede ge-edit door Alessandra Lemma, is er één van (“Transference and Countertransference Today”).

Het onbewuste proces van projecties, als wederzijdse consequentie van bijvoorbeeld relaties die je hebt gehad (o.a. in je ouderlijk gezin), kan een bron van leervermogen zijn wanneer dit alles boven water mag komen.

Balk en de splinter

Eén specifiek zinnetje raakte me in hoofdstuk 14, waar Steven Cooper zich afvraagt in welke mate de psychoanalytici zich druk maken over hun vermogen een overdracht-object te zijn. Hij geeft aan dat hij ervaart dat ze de weerstand bij de ander heel goed kunnen zien, het mechanisme waarvan zij onderdeel zijn, ook, maar meer vanuit dat zij een goed instrument zijn dan wat anders.

Maar hebben ze enig idee hoe hun binnenwereld al van alles oproept in de cliënt? Of hoe zij tegen iets aankijken? Misschien zelfs welke kleding ze dragen en wat dat voor statement kan zijn?

Tegenoverdracht? Overdracht van de therapeut, bedoel je waarschijnlijk… Ik vraag me oprecht af of wij de splinter in het oog van onze cliënt niet sneller zien dan de balk in die van onszelf.

Waar begint het?

Ik vind dit interessant. Juist omdat ik me afvraag waarom overdracht primair wordt gezien als iets dat ontstaat bij de cliënt. Ik veronderstel zelf – kijkende en voelende naar mijn eigen gedrag – dat de therapeut even goed het begin van het mechanisme kan zijn. Wat draagt of zegt een cliënt en welke associatie maken wij daarmee? Handelen we daarnaar of hebben we het proces altijd subliem in de gaten? Ik durf voor mezelf te zeggen dat dat niet altijd het geval is. Enactment – het opnieuw uitspelen van het vroegere pijnlijke scenario dat wordt geraakt in overdracht & tegenoverdracht – ligt op de loer.

Gezien worden in wie jij bent

Dit principe wordt verderop in het boek aandachtig aangeroerd met scherpe vragen als: ‘hoe wordt de innerlijke wereld van de therapeut door de cliënt ervaren?” Of: “Hoe belangrijk is het voor de therapeut om gezien te worden voor wie zij/hij is?”

Toen sloeg ik aan, want hier heb ik echt wel een ding op zitten. En wat is een ding? Afweer, omdat ik in een tweede deel van mijn basisschooltijd juist niet gezien werd voor wie ik was. Dit hoofdstuk lezende werd voor mij duidelijk hoeveel weerstand iemand in mij zou kunnen ervaren wanneer zij/hij iets anders op mij plakt dan past bij mijn zelfbeeld.

Nu ben ik geen psychoanalytica maar toch.

Tegen? Vooral nabij…

Het gaat er om dat je in tegenoverdracht – gegenübertragung – dichtbij kunt blijven. Het woord zegt het namelijk al. Marilia Aisenstein verheldert het mooi: ‘gegen’ is zowel tegenover als tegen(aan) of met; hetgeen nabijheid impliceert. Marilia breekt een lans om verder te kijken dan het instrument om inzicht te krijgen, juist als al die onbewuste demonen op jou worden geprojecteerd.

En dat is verdraaid niet eenvoudig… Alsook iets waar ik me bewuster van wil zijn, dat ik die ruimte voor de cliënt wil kunnen hebben.

 

(Mocht je er meer over willen weten, 2thepoint organiseert op een cursusdag over dit fenomeen en heeft inmiddels 8 ATD accreditatiepunten gekregen van de VVH. Lees meer: Cursusdag: overdracht tegenoverdracht)