Pagina afbeelding

Juiste defensie

Geen laatste ‘leuk-uit-dit-jaar-en-fijn-dit-jaar-in’ blog, merk ik. Volledig ontspannen zat ik diverse romans te lezen toen ik het boek van Henning Mankell ter hand nam. De Daisy Sisters. Ik heb diverse boeken van hem gelezen, ik lees zijn romans graag. Nu stokte op pagina 11 mijn adem en vervolgens kolkte mijn bloed.

De romanfiguur Elna, zo verhaalt het boek, ‘wordt straks verkracht, of bijna’. De roman – en daarmee voor mij de schrijver – geeft hierover uitleg: ‘Heeft ze uit alle macht geschopt, gebeten en geprobeerd los te komen?’ Er worden nog meer gebrek aan actief verzet benoemd.

En dan word ik groen.

Er bestaat blijkbaar een juiste defensie. En als je die niet hanteert, word je blijkbaar niet verkracht. Niet écht. Want het is hooguit bijna.

Het meest verdrietige is, dat ik deze reactie herken, van mijn cliënten. Ze vragen zich af of ze wel genoeg hebben gedaan. Eén cliënt was er ook trots op dat hij was blijven vechten.

Mensen – meestal vrouwen – die te maken krijgen met verkrachting, kiezen niet voor een defensie. Dat doet hun lijf voor hen. O.a. gebaseerd op hun capaciteit, op de voorgeschiedenis van dat wat al eerder is meegemaakt en hoe de huidige situatie zich presenteert. Huidig onderzoek en inzicht laat dat klip en klaar zien. Dat betekent niet dat je per definitie gaat vechten. Het lijf calculeert binnen een seconde en acteert naar het beste vermogen om bedreigde te laten overleven. Dat kan een ‘uitleveren’ of ‘overgeven aan’ reactie zijn.

Ik leg dit aan mijn cliënten uit, die zichzelf kwalijk nemen dat ze niet genoeg hebben gedaan. Soms als vijfjarige tegen een broer van acht jaar ouder.

Het lijkt gemeengoed om te blijven kijken naar wat de bedreigde doet. Dat lijkt te bepalen, en daar staat deze roman niet alleen in.

Mijn wens is dat we andersom kijken. Dat we af mogen van de ‘lopsided focus’ zoals Carine Mondorossian (2002) die heeft genoemd. Dus niet: heeft de bedreigde, de verkrachte wel genoeg gedaan? Maar wel: wat maakt iemand tot een bedreigende? In deze situatie? Een verkrachter? Die gegevens mogen als uitgangspunt dienen (daar is onderzoek naar gedaan!).

Mijn andere diepe wens is dat seks hebben met een ander, altijd de wens van de ander voorop heeft staan. Is dit werkelijk wat de ander het liefste wil, met jou? En niet omdat jij dat zo graag wilt of er behoefte aan hebt. Ik ervaar in mijn cliëntcontact dat de focus daar veel meer mag zijn. Is dit wat je nu doet ook het lekkerst en plezierigst voor de ander? En, wil je dat weten?

Wanneer dit uitgangspunt wordt geleefd – ook binnen relaties – en aan kinderen wordt geleerd, zou veel ellende worden voorkomen. Dan is de richting van seks hebben anders en krijgt het de kleur van samen. Niet: ‘ik vind dit fijn en jij dus ook’.

En om op Elna terug te komen; met bovenstaand uitgangspunt staat niet zij terecht, zoals nu het geval is in deze roman, maar de ‘puisterige dienstplichtige’.