Pagina afbeelding

Opstaan

Op radio 1 hoorde ik een prachtige hedendaagse invulling van het Paasverhaal. (1) Dominee Ad van Nieuwpoort omschreef het als een confrontatie met onze hedendaagse pijn. Want daar nemen we weinig ruimte en tijd voor. We gaan het uit de weg, zo betoogde hij. Daar waar we niet tot ons recht komen, waar we niet op onze plek zijn of zelfs benauwd van worden. Die gevoelens worden snel weggepoetst want de neiging bestaat aan een standaard van geluk te moeten voldoen: een ‘fotoshopwerkelijkheid’ was het mooie woord dat hij er aan gaf.

Pasen wordt gevierd als het lijden van Christus en zijn wederopstanding. Dominee Nieuwpoort haalde het oerverhaal van de Joden er ook bij: Pesach. Er werd een weg gezocht uit de benauwenis van het leven in Egypte om naar ‘het land van melk en honing’ te gaan. In het verlengde van dat verhaal, stelde hij voor om tijdens Pasen stil te worden, naar binnen te keren, en te bevoelen welke – beklemmende – patronen doorbroken moeten worden. Om uit te zoeken waar je werkelijk tot je recht komt, binnen wat voor relatie, binnen welk werk.

Maar daar blijft het niet bij. Pasen gaat ook over het opstaan; niet neerleggen bij de bestaande orde maar opstaan en zoeken naar nieuwe wegen. Ook waar je ze niet verwacht: als Mozes door de zee. (2)

Pasen, zo stelde dominee Nieuwpoort, gaat over verloochening (eventueel ook van jezelf), worstelen met de positie waarin je zit, verraad (wellicht ook van jezelf) en de pijn die dat geeft. Sta er bij stil en sta er uit op, was zijn uitnodiging.

En wat betreft het woord zonde: het woord betekent oorspronkelijk ‘niet tot je recht komen’. Dus: leef waar je past, heb de relatie die jouw potentie aanboort, kom voluit tot bloei. Zonde, als dat niet zo is. Want ‘tot je recht komen’ verdienen we allemaal.

Als niet-religieus mens vond ik het een prachtige schets van waar Pasen over kan gaan. Ik zou zeggen: heb een mooi Pasen waarin alle belemmeringen herkend mogen worden om er vervolgens – via nog onbekende wegen – uit op te staan!

 

Noten:

  1. (Na te luisteren op: npo radio1 => van 19.10 min tot 26.15 min.)
  2. (Overigens hebben wetenschappers zich gebogen over het wonder. Er staat ‘yam suf’ = ‘zee van riet’ en is wellicht onterecht vertaald als de Rode Zee. Lees verder: Scientias: Hoe spleet Mozes de zee?).

 

Er staat een zin die me raakt: “Those who rage are incapable of recognizing their own deeds as evil and instead project everything evil onto the selected adversary”. De woorden zijn ingebed in de reflecties omtrent de lynchpartijen in Amerika. Wat bleek? De katoenprijs nam af en de lynchpartijen van de Afrikaanse-Amerikanen door de blanke Amerikanen namen toe (Tolney & Beck, 1990; Christian, 2014; Narvaez, 2014).

Wat me raakt? Dat ook kleinere communicatie zo werkt. Als ik boos word, snap ik niets meer van de ander. En wat die projectie betreft? Laten we zo zeggen: mijn interpretaties, als ik boos ben, kunnen fraaier. Dat zegt veel over wat ik op de ander plak.

Dus om beide kanten te blijven zien – of liever: vrije ruimte voor de ander te houden – vraagt dat boosheid of woede alleen gekoppeld wordt aan een situatie waarin dat werkelijk nodig is. Meestal is dat niet zo. Dat leidt tot oplopende ruzies of minstens onprettig gedoe. Bovendien zorgt dat er voor – wanneer ruzies of gedoe niet bij de kop worden gepakt – tot ingeslepen patronen (die meestal een herhaling zijn van veel oudere patronen).

Goed. Dat weten we dan.

Wat is handig in deze? Voor mij is dat o.a. het volgende: voelen wanneer ik alleen mezelf nog maar begrijp. Dan gaat het niet goed. Want – zoals Narvaez (2014) zo mooi aangeeft: “Moral space is created by the amount of free attention in both persons at the moment of encounter”. Uit eigen ervaring weet ik dat mijn vrije ruimte nogal onbeschikbaar is als ik boos ben. Zeg maar niet bestaand.

Hmmm.

Ik heb er maar een alarmpje op gezet, voor mezelf. Als ik mezelf niet 50% maar volledig begrijp en mijn gesprekspartner van 50% naar helemaal niet, wordt het de hoogste tijd voor een interne check. Welke lading komt mee? Die met het hier & nu niets van doen heeft? Want laten we duidelijk zijn: wanneer er geen vrije ruimte is, is er geen morele ruimte. Daarmee kan de ‘oplossing’ (die dat dus ook niet is) alleen maar eenzijdig zijn en nooit het goede voor beiden in zich hebben. Dat wil ik niet.

In grote, boos- en verdrietigmakende historische gegevens, kan soms een lampje zitten om op jezelf te schijnen. Dat vind ik dan weer helpend.